Co-ouderschap, dus geen onderhoudsgeld?


Geen onderhoudsgeld bij gelijk gedeeld verblijf?

Een vaak gedeelde veronderstelling: als de kinderen even vaak bij mama als bij papa verblijven, moet er geen onderhoudsgeld betaald worden.

Dit is een verkeerde opvatting, maar de ervaring leert dat dit echt wel leeft.

Om te bepalen of er onderhoudsgeld verschuldigd is, dient men met twee verdeelsleutels rekening te houden: niet enkel de verblijfsregeling, maar ook de inkomsten van de beide ouders spelen hier mee. Als er een bepaald verschil is tussen de inkomsten van de ene tegenover de andere ouder, kan dit worden gelijkgetrokken door betaling van een onderhoudsgeld voor de kinderen. Het is dus niet correct om te stellen dat er geen sprake kan zijn van onderhoudsbijdrage als een week om week regeling wordt toegepast!

Het is belangrijk te weten dat er verschillende soorten kosten zijn voor het onderhoud van kinderen:

Enerzijds zijn er verblijfsgebonden kosten: dit zijn kosten voor voeding van de kinderen en bijvoorbeeld kosten van de huisarts in de periode dat ze bij de ouder verblijven, kosten van huisvesting, gas, elektriciteit e.d. Wanneer men bekijkt of voor het dragen van deze kosten een onderhoudsuitkering nodig is, dient met zowel naar de verblijfsregeling als naar de inkomens van de ouders te kijken. Immers, de ouder bij wie de kinderen het meest verblijven, zal ook grotendeels de verblijfsgebonden kosten betalen. Een compensatie daarvoor kan dan passend zijn. Maar het is belangrijk om ook naar de inkomens van de beide ouders te kijken.

Anderzijds zijn er ook verblijfsoverstijgende kosten ( de gewone verblijfsoverstijgende kosten, en de onvoorzienbare verblijfsoverstijgende kosten). Het woord zegt het zelf… Ouders maken deze kosten voor hun kinderen los van de vraag bij wie de kinderen op dat moment verblijven. Het gaat bijvoorbeeld over aankoop van jassen, winterschoenen, inschrijvingsgeld voor school of hobby’s, orthodontie, logopedie, … De verblijfsregeling speelt geen enkele rol in de vraag of er een onderhoudsuitkering verschuldigd is voor deze verblijfsoverstijgende kosten. Enkel de verhouding tussen de inkomsten van beide ouders bepalen hier de eventuele nood aan compensatie.

De wet stelt dat beide ouders, of ze nu samen wonen of niet, in verhouding tot hun inkomsten moeten bijdragen in de opvoedingskosten van hun kinderen. Het is dus niet juist om te stellen dat een ouder met een aanzienlijk beperkter budget, dezelfde uitgaven voor de kinderen moet dragen als de andere, meer vermogende ouder. Een onderhoudsbijdrage kan in zo’n omstandigheden gepast zijn.

De compensatie van verschil in verblijf en/of inkomsten kan overigens verschillende vormen aannemen. Het hoeft niet noodzakelijk te gaan over een bijdrage die de ene ouder op rekening van de andere ouder stort (want net dat lijkt erg gevoelig te liggen bij vele ouders, zowel bij de ontvanger als bij de betaler van zo’n bijdrage). De compensatie kan ook gebeuren door toekennen van het kindergeld (thans groeipakket) of fiscaal voordeel aan de ouder met het laagste inkomen, of doordat de ouder met het hogere inkomen een hogere bijdrage stort op de kindrekening. Allerlei mogelijkheden dus, die soms beter lijken an te sluiten met de beleving van ouders na een scheiding.

Voor verdere informatie over de verschillende soorten kosten, verwijs ik je graag door naar de bijdrage die ik daarover schreef.

Er bestaan objectieve methodes volgens dewelke onderhoudsgeld kan worden berekend. Op de website van de gezinsbond bijvoorbeeld kan je tegen een kleine vergoeding gebruik maken van de onderhoudsgeldcalculator.

Voor vragen of informatie: neem contact op!

Vraagteken-groot2