De nieuwe bemiddelingswet


De nieuwe bemiddelingswet

We zijn al een tijdje in volle verwachting, en eindelijk ligt nu het wetsontwerp voor ter wijziging van het Gerechtelijk Wetboek.

Al in 2005 werd bemiddeling wettelijk omkaderd en ingeschreven in ons Gerechtelijk Wetboek, maar de grote bekendheid van deze vorm van alternatieve conflictoplossing bleef voorlopig uit.

Bedoeling van de nieuwe bemiddelingswet is nu de promotie van bemiddeling als een echte, volwaardige manier van conflictoplossing. De rechtbank zou moeten dienen als vangnet, slechts voor wanneer alle andere mogelijkheden zijn uitgeput.

ontlasting van de rechtbanken

De Minister van Justitie gaf reeds in zijn beleidsverklaring te kennen dat hij werkelijk wilde inzetten op bemiddeling.

De nieuwe Bemiddelingswet voert het regeerakkoord uit dat bepaalt dat de regering maximaal zal inzetten op de bevordering van alternatieve wijzen van geschillenbeslechting, zoals bemiddeling, om de rechtbanken te ontlasten.

Men wil bemiddeling een gelijkwaardige plaats geven in het gerechtelijk recht. Het ontwerp van wet vertrekt vanuit de meerwaarde van een onderhandelde eerder dan een opgelegde oplossing. De kans is immers groter dat een onderhandelde oplossing wordt uitgevoerd dan een die eenzijdig door de rechter werd opgelegd. De rechtbank wordt dus ontlast doordat het conflict buiten de rechtbank om wordt opgelost, en bovendien is de kans ook kleiner dat de partijen binnen afzienbare tijd opnieuw bij de rechter staan omdat de “oplossing” (lees: het opgelegde vonnis) niet wordt nageleefd.

Gerechtelijke bemiddeling versus buitengerechtelijke bemiddeling

De rechter kan aan het begin van het geding, ambtshalve of op verzoek van een of meer partijen een beroep op bemiddeling opleggen indien hij van mening is dat een toenadering haalbaar is.

De term “vrijwillige bemiddeling” wordt vervangen door de term “buitengerechtelijke bemiddeling” om beter het onderscheid te maken met de gerechtelijke bemiddeling die tijdens een geding wordt bevolen.

Wat de gerechtelijke bemiddeling betreft, zou de rechter voortaan ambtshalve of op verzoek van een of meer partijen een beroep op bemiddeling kunnen opleggen. Nochtans zal hij voorafgaandelijk de partijen moeten horen indien hij van mening is dat een toenadering haalbaar is en kan hij ze slechts bevelen in het begin van de procedure.

BekendmakinG – promotie van de vormen van minnelijke oplossing van geschillen.

Er wordt ook ingezet op informeren: rechters, maar bijvoorbeeld ook deurwaarders, zullen partijen moeten informeren over het bestaan van bemiddeling.

In familiezaken moet de rechtbank de partijen tijdens de inleidende zitting inlichten over de mogelijkheid hun geschil te beslechten via verzoening, bemiddeling of elke andere vorm van minnelijke oplossing van conflicten.

De traditionele rol van de actoren van justitie wordt in die zin bijgestuurd om de partijen te herinneren aan het bestaan van alternatieve manieren van geschillenbeslechting.

Kwaliteitsbewaking

Er bestaan uiteraard reeds wettelijk ingeschreven vereisten om als bemiddelaar erkend te kunnen worden. Maar de kwaliteitsbewaking wordt versterkt in de nieuwe Bemiddelingswet.

De Federale Bemiddelingscommissie krijgt de opdracht een bekwaamheidsexamen te organiseren, dat telkens zal bestaan uit een juridische en een bemiddelingsvaardigheidscomponent. Advocaten en gerechtsdeurwaarders die houder zijn van een diploma van doctor, licentiaat of master in de rechten, notarissen en magistraten, worden van de juridische componenten vrijgesteld.

Wie als bemiddelaar erkend wil worden, moet een theoretische en praktische opleiding volgen en slagen voor het bekwaamheidsexamen en de bekwaamheidsproeven, waarvan de programma’s vastgesteld zullen worden door de federale bemiddelingscommissie.

Federale Bemiddelingscommissie

De Federale Bemiddelingscommissie wordt gemoderniseerd en haar rol wordt versterkt, waardoor zij bemiddeling kan promoten, opvolgen en verder ontwikkelen op nationaal niveau.

Naast het uitwerken van het bekwaamheidsexamen en de de bekwaamheidsproeven, krijgt de commissie ook de taak een deontologische code op te stellen.

In de schoot van de Federale Bemiddelingscommissie wordt een commissie voor de tuchtregeling en de klachtenbehandeling opgericht.

Wat is Bemiddeling?

De nieuwe Bemiddelingswet voegt een definitie van bemiddeling in:

“De bemiddeling is een vertrouwelijk en gestructureerd proces van vrijwillig overleg tussen conflicterende partijen met de actieve medewerking van een onafhankelijke en onpartijdige derde die de communicatie vergemakkelijkt en poogt de partijen ertoe te brengen zelf een oplossing uit te werken.”

Collaboratieve onderhandeling

Verder wordt de collaboratieve onderhandeling ingevoerd in het Gerechtelijk Wetboek.

Collaboratieve onderhandeling is een gestructureerd en vertrouwelijke onderhandeling die beoogt het geschil op te lossen op een respectvolle wijze en te leiden tot bevredigende, evenwichtige en duurzame overeenkomsten die beantwoorden aan de noden en belangen van elk van de partijen en in familiezaken, aan de belangen van hun kinderen. De overeenkomsten kunnen gedeeltelijk, geheel, definitief of voorlopig zijn en moeten in overeenstemming zijn met de openbare orde en, in familiezaken, de belangen van de minderjarige kinderen.

De collaboratieve advocaat is een advocaat die staat ingeschreven op de lijst van collaboratieve advocaten opgesteld door de Orde van Vlaamse balies of van de Ordre des barreaux francophones et germanophone.

Ik ben alvast erg benieuwd naar het verder verloop, en vooral naar de praktische toepassingen van deze nieuwe Bemiddelingswet!